29.08.2011

Posted by Esther on augustus 29, 2011

rotte tanden en de ochtend mist de
tijd, keert goedemorgen tot paniek

wij plukken veren uit bed
rollen tabak met onze botten
vragen de zomer
van rots naar kiezels
stelen het vocht van gras
daarna baden we in de zon
onder ‘t opgeschorte ontbijt

met cheddar cheese bestek
baan ik mij een weg naar jou
vechtend met de poes
-zij kwijlt druppels vlees-
plakken haren aan mijn huid
week jij los van ons

wij wit (niet) ben jij rood
stond er een koude man
toch
nauwelijks een rilling
naar ons te zwaaien
de afstand oorverdovend

wij worstelen heel zijn wij de dag
het past

15.08.2011

Posted by Esther on augustus 15, 2011

20110815

11.08.2011

Posted by Esther on augustus 11, 2011

20110811

01.08.2011

Posted by Esther on augustus 01, 2011

Het huis is leeg.
__Voorzichtig begonnen we met de voor de hand liggende spullen: boeken, handdoeken, keukengerei. Spullen met minieme sentimentele waarde. Zo besteedde ik een paar zaterdagen met mijn vader aan het kopen, vullen en versjouwen van verhuisdozen. Dat was makkelijk.
__Op een dag stonden wij met mijn broer in mijn ouders’ slaapkamer. Mijn broer bladerde door een aantal fotoboeken en mijn vader stond naast mij wat te draaien toen ik op het punt stond met een minder makkelijke taak te beginnen. Het leeghalen van haar kledingkast. Hiervoor haalde ik diep adem. Ik zette mijn verstand op nul.
__Stapels t-shirts. Truien. Broeken. Sommige dingen had ze waarschijnlijk al een jaar niet meer gedragen. Pyjama’s. Hemdjes. De hemdjes waardoor ik me haar stervende lichaam weer helder voor de geest kon halen. Dat maakte me misselijk.  Ik hoorde hoe mijn broer de pagina’s bleef omslaan en mijn vader zwijgend toekeek.
__Vier anonieme vuilniszakken.
__Niemand wilde haar schoenen aan. Nog twee vuilniszakken.
__Met mijn broer reed ik naar de textielcontainer. Ik zag hoe hij de zak met hoge hakken niet gedumpt kreeg.
__Het bleef hangen.
__Hij maakte nog een grapje over het kleden van een heel Afrikaans dorp. Ik lachte te hard.
__Het midden van de kast was nu leeg. Onderin stonden stapels schoenendozen, gevuld met onbekende sieraden en oud geld. Ik vond er ook een enveloppe waar in haar handschrift ‘Zéér privé’ op stond geschreven. Dat bleek te kloppen. Iemand wilde haar sjaals hebben die bovenin de kast lagen. Ik stopte ze in een doos met bloemenprint, maakte er een mooi geschenk van.
__Mijn moeder als mens in sjaals uitgedrukt.
__De kast is leeg.